Hoe Antwerpen slotenmaker kan u tijd, stress en geld besparen.

te vervoeren ende aan te geven aen Hendrick Jacobs over Essen ende Elisabeth Harmans Tuijren, echteluijden; een seeckere huijsingen ende hoffstadt met ons bergh, baggerschuijr, ende aengehoorende veen en weijlanden, oock bouwlanden, grooot in 't mergentael viertien mergen, sijnde erffpachtgoet van de voorschreven Domeijnen, mette laste met den selven erffpacht, tot 48 gulden 7 stuijvers jaerlijcx. etc.

In 1600 was het huis op de hoek aangaande de Voldersgracht en Appelmarkt alreeds vertrouwd tussen een titel ‘Inden Brill’ ofwel ‘Inden Vergulden brill’. Vermoedelijk was een kwartiermeester Dirck Jansz., die er toen woonde, goudsmid, tinnegieter, ofwel mogelijk brandewijnman, omdat uitgezonderd vier haardsteden gaf hij tevens een ‘forneys’ aan.

Uiteindelijk vermeld je alsnog bij een bewoners aangaande die nabijheid Jans Aryensz, ‘den jongen hout’. Ofwel hij welke bijnaam, later mogelijkerwijs geslachtsnaam geworden, met zijn onbeschaamdheid, dan wel met de uitdrukking van zijn tronie ofwel gelaat te danken had, kan ik niet beslissen.

Een naastwonende ernaast oefende ‘Inde 3 Candelaers’ dit schrijnwerkersvak uit. Nog ons lakenbereider, in wiens woonhuis een gevelsteen prijkte betreffende ons afbeelding, waaronder stond te lezen ‘Inde Schaepscoy’ voor degenen welke het konden. Wegens een ongeletterden, wier reeks toen zeer groot was, gaf de duidelijke voorstelling van ons schaapskooi aanwijzing genoeg om te mogen weten daar waar zij Corstiaen Cornelisz hadden te uitkijken.

Ons Engels oudheidkundige, die onlangs Delft bezocht, was daar niet aan uitgesproken en beweerde, het deze ner­gens wat betreffende dien aard had aangetroffen, het in dat genre daarmede kon worden vergeleken. Dit verbaasde hem zeer, het het juweeltje in bestaan soort niet door een Gemeente werden aangekocht om het te verzorgen en onder andere tot een museum aangaande Delfse oudheden te bestemmen en in te focussen.

[Soutendam doelt op deze plaats op de lakenfabriek van Maas die in 1868 haar poorten sloot.] Wie beseft, wat nog voordoen mag, lees meer nu een andere tak betreffende nijverheid, je bedoel het vervaardigen van Delfs aardewerk, schijnt te moeten herleven?

met zooveel andere ondernemers, hier te lande tot ons dode industrie. Aan de zuidzijde aangaande de Markt, op te starten vanaf een Andere Kerk, woonde in dit allereerste huis opnieuw een spinnewielmaker. In dit volgende woonde een ‘Schrijver in een Haagpoort’, die aantekening hield van al de vreemdelingen, die een stad binnenkwamen, precies ingeval zijn collega's in een overige stadspoorten,.

Het komt een eentonigheid der namen afbreken over hen, welke slechts bij uitzondering in 't bezit waren betreffende hetgeen we meteen in gemeenzamen hip een ‘van’ benoemen, en die meestal duidt op ons naam welke ontleend is met ons gevelsteen, die op de appartement prijkte, of verder aan het festival, dat daar werden uitgeoefend.

Volgens het advertentie heeft zij zeker een eerbiedwaardige leeftijd aangaande meer dan vijf eeuwen achter een rug en is dit oudste monument betreffende dien aard, het Delft alsnog mag aanwijzen.

Het ‘kleyne officie’ behoort onderwijl tot het verleden precies wanneer zoveel ouds, dat zodra ouderwets, niet verdere in de tegenwoordige gemeentelijke inrichting schijnt te horen. Tegenwoordig is een politie belast met de zorg die in vroegere tijden op de torenwachter rustte. De trompet kan zijn, met een ratels aangaande een klapwakers, een stokken met de ‘dienders’, enz. bijgezet onder de relikwieën over de antieke tijd. Zij ruste in vrede!

Aan een oostzijde met de gracht woonde Jan Huybrechtsz., welke dit gewichtig ambt van stadsroedrager bekleedde, ons functie die het meest overeenkomt met dat aangaande bode der gemeente.

uitstrekte. Het vierde huis met een hoek af gerekend heette ‘Het Trueelkgen’ en was persoonlijk­dom over een metselaar, die het huis ‘staende neffens ’t voorgaende’ verhuurd had aan een moutmaker. Daarin was uitgezonderd 3 haardsteden verder ons brandewijnketel.

Daarom werden de Aangaande Groenwegens betreffende een stadsregering uitgesloten en geregistreerd bij een welge­boren mannen met Delfland. Simon over Groenwegen bekleedde tussen overige wegens 1600 het ambt over Schepen en was in dat jaar een met een 3 Weesmeesters.

Daarbij kwam nog een vermindering van de brouwnering, die in overeenstemming met een auteur sedert het jaar 1600 op grote schaal kan zijn begonnen, blijkens een lijst welke deze opsomt in bestaan degelijk werk, waaraan we menige bijzonderheid te danken beschikken over, welke het anders ook niet ter bekende zou bestaan gekomen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *